Als je de afgelopen twintig jaar ook maar een beetje Nederlands televisie hebt gekeken, ken je mijn haar bijna net zo goed als mijn gezicht. Het volume. De vorm. De krullen die het studiolicht vangen en er tegelijkertijd moeiteloos en onmogelijk uitzien.
Wat je waarschijnlijk niet weet, is hoeveel van mijn carrière ik er in stilte oorlog mee heb gevoerd.
Ik ben geboren in Utrecht, als dochter van een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder. Ik groeide op met het soort krullen waar de haarverzorgingsindustrie nooit écht voor heeft nagedacht. Van mijn vroegste audities tot Flikken Maastricht, Painkillers en Meisje van plezier — mijn haar was altijd het werk van een heel team. Stylisten, stijltangen, sprays, serums en een eindeloze stoet "wonder"-crèmes die precies één keer werkten en daarna teleurstelden. Op vrije dagen bond ik het gewoon op. Wasdag was de klus die ik zo lang mogelijk voor me uitschoof.
Elke vrouw met krullend haar begrijpt dat gevoel direct. De la vol halfgebruikte flesjes. Het langzame, dure besef dat elke nieuwe lancering precies dezelfde beloftes doet — en er bijna nooit één van inlost.